In 2001 werd de heffing van 1,2% over het vermogen in Box 3 ingevoerd door Willem Vermeend. Box 3 werd toen nog wel aangeduide als de “pretbox”. Dat was omdat niet meer het werkelijke rendement werd belast, maar het fictieve rendement van 4%. Het uitgangspunt hierbij was dat een rendement van 4% gemakkelijk te behalen was. Bij een tarief van 30% wordt zo per saldo belasting over het vermogen geheven van 1,2%.

Hoe anders kan het lopen? Er wordt in de huidige tijd zelfs gesproken over een negatieve rente over spaargeld. Feit is nu dat er vaak al meer belasting wordt geheven, dan er aan rente kan worden ontvangen. Dat komt neer op een tarief van 100% of meer over ontvangen rente. Belastingadviseurs denken dat een dergelijke heffing in strijd zou kunnen zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Nu heeft de Hoge Raad recent beslist dat belastingheffing over een vast rendement op zichzelf niet onredelijk of in strijd met de Europese regels. Maar volgens de Hoge Raad kan er wel strijd komen met die regels als vast komt te staan dat het volgens Box 3 te behalen rendement van 4% voor particuliere spaarders niet meer reëel is. Belastingheffing mag niet leiden tot een buitensporig zware last. Omdat nu al een aantal jaren sprake is van extreem lage rendementen, zal bezwaar maken tegen de heffing in Box 3 in de toekomst mogelijk lonend blijken te zijn.